Collega's vertellen | Werken bij UWV als arts

Collega's vertellen

Naam

JERRY SPANJER IS ARTS, OPLEIDER EN ONDERZOEKER
'Je kunt je hier over de volle breedte van het vak ontwikkelen, waar krijg je die kans?

'De verzekeringsgeneeskunde biedt ongelofelijk veel mogelijkheden voor je professionele ontwikkeling. Iedereen kan zich voorstellen dat je direct en intensief contact hebt met patiënten in de spreekkamer, maar je kunt in dit vak je werkterrein ook verbreden naar beleid, staf, management, onderzoek of onderwijs. Ik ben enorm content dat ik in de dagelijkse praktijk die dynamische combinatie kan maken. Op dit moment besteed ik de helft van mijn tijd aan het opleiden van nieuwe artsen en verricht ik onderzoek, maar ik draai natuurlijk ook spreekuren, een voorwaarde om te weten wat zich in de dagelijkse praktijk afspeelt.’ Tekst: Saskia Ridder | Foto: Ronald Zijlstra

UITDAGING
‘Ik ben gedreven om dit vakgebied een meer gedegen wetenschappelijke onderbouwing te geven. Voor mijn promotieonderzoek ontwikkelde ik een gespreksmethodiek om belastbaarheid te beoordelen. Ik geef hier trainingen in en de methodiek wordt inmiddels in heel Nederland gebruikt door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, maar ook door gemeenteambtenaren en sociaalmedisch verpleegkundigen. Dat vervult mij met trots. We zien veel mensen met forse klachten, terwijl behandelend artsen puur medisch gezien geen oorzaken vinden. We willen niet dat de ene arts iets heel anders beoordeelt dan de ander, dus hoe zorgen we voor meer objectivering en eenduidigheid? De gespreksmethodiek die ik ontwikkelde, is een onderdeel maar er is veel meer onderzoek nodig. Om die cirkel onderzoekonderwijsontwikkeling gaande te houden, dat vind ik een uitdaging.’

UITSTEKENDE ARBEIDSVOORWAARDEN
‘Het grote voordeel van werken bij een organisatie als UWV is dat je je breed kunt ontwikkelen en dat je echt tijd hebt voor mensen. Ook is de wetgeving waar we mee te maken hebben voor mij redelijk; ik beoordeel nooit met een bezwaard hart. Nadelen zijn er natuurlijk ook. Net als elke grote organisatie is UWV soms vrij log; veranderen gaat langzaam en de administratieve lastendruk is fors. Maar UWV is daar niet uniek in, moet ik met enige treurnis stellen. Ten slotte: als verzekeringsarts heb je gewoon een mooie kantoorbaan en verdien je goed. Ik zie dat als uitstekende arbeidsvoorwaarden. Ook heb ik onlangs met de levensloopregeling onbetaald verlof op kunnen nemen; zes weken Nieuw-Zeeland doen een mens goed, dat kan ik je wel zeggen.’


Naam

DE BRUG TUSSEN PRAKTIJK EN WETENSCHAP
'Een arts helpt patiënten nu. Een wetenschapper op de lange termijn. De twee beroepen vinden elkaar in de verzekeringsgeneeskunde'

‘Onze missie is: iedereen doet mee naar vermogen’, zegt Diederike Holtkamp, van origine verzekeringsarts en inmiddels KCVG-bestuurslid en manager Kennis & Innovatie bij de divisie Sociaal Medische Zaken van UWV. ‘Werk draagt bij aan gezondheid en kwaliteit van leven. Door werk kan iemand ervaren dat hij (weer) meedoet in de maatschappij. En dat heeft op individueel niveau grote effecten op bijvoorbeeld het levensgeluk en de gezondheid.’ Maar ook voor het grotere plaatje is het belangrijk dat zo veel mogelijk mensen kunnen werken. Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid kosten de Nederlandse samenleving enorm veel geld: alleen de uitkeringslasten als gevolg van arbeidsongeschiktheid bedragen per jaar al 7,5 miljard euro. Desondanks lijkt het vak verzekeringsgeneeskunde soms nog een ondergeschoven kindje in de medische wereld. Daar brengt het KCVG met innovatie, onderzoek en onderwijs verandering in.' Tekst: Fenneke van der Aa | Foto: Maarten Mooijman

‘De Gezondheidsraad gaf zo’n vijftien jaar geleden aan dat meer wetenschappelijk onderzoek nodig is om het medisch handelen bij ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid beter te onderbouwen’, Vertelt Holtkamp. ‘Daarom is in 2005 het KCVG opgericht door UWV, in samenwerking met het AMC, VUmc en later ook het UMCG. Het doel van onze samenwerkingsovereenkomst is het wetenschappelijk onderbouwen en bevorderen van de kwaliteit van verzekeringsgeneeskunde. En daarmee zetten we ons vak nog beter op de kaart.’

EÉN BEEN IN DE PRAKTIJK
Het KCVG is een bijzonder kenniscentrum, volgens Holtkamp. ‘Juist omdat we de brug slaan tussen praktijk en wetenschap. Toen we begonnen, werden onze onderzoeken vooral vanuit de universiteit opgezet: waar liggen innovatieve onderzoekslijnen in dit domein? De laatste jaren denken we juist vanuit de praktijk: wat kan de arts in de spreekkamer helpen?’ UWV inventariseert wat leeft en wat binnen de eigen kennisagenda valt – soms wordt dat beïnvloed door politieke beslissingen. ‘Ik praat bijvoorbeeld met hoogleraren, de beroepsvereniging, management en (verzekerings)artsen uit het veld: welke praktijkvragen kunnen we omzetten in onderzoeksvragen? En welke voordelen levert dat uiteindelijk voor participatie van onze cliënt?’ De link tussen praktijk en wetenschap is ook duidelijk in de promotietrajecten die het KCVG biedt. Holtkamp: ‘Wij geven de mogelijkheid om te promoveren, soms zelfs op basis van een eigen onderzoeksvoorstel, maar dat gebeurt altijd met één been in de praktijk. Dat geldt voor junioronderzoekers, maar ook voor senioronderzoekers. De artsen die onderzoek doen, werken deels bij de universiteit en deels in de praktijk. Daarmee houden we de brug heel stevig tussen praktijk en wetenschap. De inhoudelijke begeleiding komt van de hoogleraren van de betrokken universiteiten. Vanuit UWV geven we vooral richting aan het doel van het onderzoek.’

PRACHTIGE STEUNPILAREN BOUWEN
Het doel van de KCVG-promotieonderzoeken is nooit om als publicatie te verdwijnen in een stoffige lade. De verkregen inzichten moeten juist worden gebruikt in de dagelijkse praktijk. ‘De promotieonderzoeken die een training of richtlijn opleveren, komen het makkelijkst terug in de praktijk’, vertelt de manager Kennis & Innovatie. ‘Deze worden opgenomen in onze opleidingsmodules voor de nascholing van verzekeringsartsen of in de opleidingen tot geregistreerd verzekeringsarts. Op basis van een promotieonderzoek bieden we nu bijvoorbeeld een trainingsprogramma over Evidence-Based Medicine (EBM). Met de training kan de verzekeringsarts optimaal gebruikmaken van relevante medische kennisbronnen.’ Voor het KCVG gaat het om het academiseren van het vak: dus innovatie van het vakgebied door middel van het ontwikkelen en uitdragen van kennis. ‘Hoe ondersteunen we de verzekeringsarts bij de beoordeling? Met welke methoden of richtlijnen verbeteren we de kwaliteit van verzekeringsgeneeskunde? Denk ook aan checklists waarmee de verzekeringsarts meer houvast heeft in de spreekkamer of aan het aanpakken van achterstanden met een voorrangsbeleid op basis van wetenschappelijk onderzoek.’ Volgens Holtkamp is promoveren via het KCVG bovendien vooral leuk om te doen.
‘Het is niet alleen goed voor de eigen ontwikkeling , maar het levert ook een enorm grote bijdrage aan onze praktijk. Je kunt echt prachtige steunpilaren bouwen voor het vakgebied. Overigens is het best pittig om een promotietraject te combineren met de praktijk. Zeker als je het combineert met je opleiding tot verzekeringsarts. Mocht je het idee hebben van “lekker makkelijk werken als verzekeringsarts”, dan gaat dat dus niet op, want je moet echt je tanden erin zetten. Maar aan het einde van de rit maak je grote impact én houd je er een paar mooie titels aan over.’

WAT DOEN KCVG-ONDERZOEKERS?
Binnen het KCVG lopen meerdere onderzoeksprojecten, bijvoorbeeld:

  • In haar promotieonderzoek ontwikkelt Birgit Donker-Cools de richtlijn ‘Niet-aangeboren hersenletsel (NAH) en Arbeidsparticipatie’ voor verzekeringsartsen. Daarvoor worden nu al trainingen gegeven aan artsen en wordt de effectiviteit getoetst. Donker-Cools rondt dit jaar haar proefschrift af.
  • Yvonne Suijkerbuijk combineert haar onderzoek ‘Verbeteren van functionele mogelijkheden bij vangnetters met psychische aandoeningen’ met de opleiding tot verzekeringsarts. Ze werkt aan een screeningsinstrument om werkloze, zieke mensen met psychische klachten te classificeren, om vervolgens samen met de ggz een interventie hierop te kunnen ontwikkelen.

Een overzicht van lopende en afgeronde onderzoeken vind je op: www.kcvg.nl/onderzoeken.

 

Naam

MEDISCH SPECIALISTE WORDT VERZEKERINGSARTS

Brigitta van der Heijde was een ervaren anesthesioloog die met plezier 60 uur per week werkte. Het was een groot verdriet voor haar toen een spierziekte maakte dat zij haar functie niet meer kon uitoefenen. Nu gaat ze de opleiding tot verzekeringsarts volgen. ‘Ik ben superblij met deze kans.’ Tekst: Renée Sommer | Foto: Marcel Bakker

‘Wat ik heel boeiend vind aan de specialisatie van verzekeringsgeneeskunde is dat je – meer nog dan bij andere medische beroepen – naar de mens als geheel kijkt. Lichaam en geest hebben effect op elkaar. Je kijkt hoe je mensen kunt helpen zo goed mogelijk te functioneren in de maatschappij.’

PROGNOSE
‘Als verzekeringsarts heb je kennis van alle mogelijke ziektebeelden. Psychische problemen, lichamelijke ziektebeelden, ziektes die weinig voorkomen … Daarbij moet je ook kennis hebben van de prognose van een ziekte. Dat leer je in geen enkele andere opleiding. Vaktechnisch biedt dit specialisme echt uitdagingen. En je krijgt alle kans jezelf en het vak te ontwikkelen.’

MEDISCH SPECIALIST
‘Als medisch specialist met een beperking zijn er voor mij weinig opties. Ik werkte in een maatschap. Toen mijn spierziekte zich openbaarde en ik mij moest ziek melden, wist ik dat ik er na een jaar uit zou moeten. Dat is bij mij nog opgerekt tot anderhalf jaar, maar ik mocht alleen blijven als ik diensten zou blijven draaien – onregelmatig werk dus. De bedrijfsarts verbood dit, en dus zat ik thuis.’

ORGANISATIEPSYCHOLOGIE
‘Toen mijn ziekte zich langzamerhand stabiliseerde – met de nodige medicatie en de bijbehorende bijwerkingen – kon ik gaan bedenken wat er nog mogelijk was. Met mijn brein was gelukkig niets mis, dus ben ik gestart met iets wat ik al lang wilde: een studie acupunctuur. En omdat het me mateloos intrigeerde hoe belabberd ik me voelde zonder werk, ben ik daarnaast psychologie van arbeid en organisatie gaan studeren.’

SOLLICITATIE BIJ UWV
‘Toevallig kwam er een vriend langs die een uitzendbureau heeft voor artsen. Hij vertelde dat hij regelmatig artsen zocht voor UWV, of dat niks voor mij was. Ik ben gaan praten en ik werd enthousiast. Als chronisch zieke medisch specialist liggen de keuzes niet voor het oprapen. Ik ben superblij dat ik bij UWV de kans krijg om mijn vak uit te oefenen. UWV houdt op alle mogelijke manieren rekening met mijn persoonlijke situatie. Daarbij is verzekeringsgeneeskunde een breed en maatschappelijk belangrijk onderdeel van de geneeskunde. Ik voel me hier weer arts.’

 

Naam

FATIMA VAN DER EERDEN-LOPEZ MAAKTE EEN CARRIÈRESWITCH
‘Behalve een andere dokter ben ik ook een ander mens geworden’ 

Fatima van der Eerden-Lopez werkt een kleine tien jaar als thoraxchirurg als er twijfels rijzen. Is dit echt haar droombaan?
Wil ze zo nog jaren door? De combinatie werk en gezin knelt en ze mist tijd voor de patiënt. In het vijfde jaar van haar opleiding hakt ze de knoop door. ‘Ik koos voor verzekeringsgeneeskunde en vond zo een nieuwe liefde binnen de geneeskunde. Daar ben ik nog steeds elke dag blij mee.’  Tekst: Saskia Ridder | Foto: Bertil van Beek 

‘Vergis je niet hoor, de thoraxchirurgie was mijn eerste liefde. Ik heb vier jaar moeten wachten op een opleidingsplaats en het opereren van een hart is echt bijzonder. En toch heb ik absoluut geen spijt van mijn overstap, want wat ik niet mis zijn de uren, de sfeer en de druk die we elkaar oplegden. Ik wist: dit is niet duurzaam, dit kan niet gezond zijn. Ik heb nu veel meer regelmogelijkheden, ik leid een regelmatig leven en er is ruimte voor interessant bestuurswerk. Hier werk ik ook samen met mensen van buiten het medische spectrum en dat is heel leerzaam.’

ANDER MENS
‘Als thoraxchirurg was ik supergespecialiseerd, nu werk ik heel generalistisch. Maar ook in dit werk zitten een diepte en gelaagdheid die ik niet direct had verwacht. De uitdaging zit nu in het gesprek: hoe kun je het ziektebeeld van de cliënt compleet en waardig beoordelen? Bij hartoperaties ontwikkel je routine, maar een gesprek loopt altijd weer anders. Het ziektebeeld verschilt, en ook hoe iemand daarmee omgaat en hoe een patiënt in de interactie met mij is. Hoe verkrijg ik de benodigde informatie? Neem ik de leiding of geef ik ruimte? Wat verwacht de ander? Hoe bewaak ik mijn grenzen? Dat is ontzettend interessant. Ik ontwikkel me professioneel, maar ook als mens maak ik een enorme ontwikkeling door. Ik leer mezelf beter kennen. Behalve een andere dokter ben ik ook een ander mens geworden.’ 

BEHANDELAAR VERSUS BEOORDELAAR
‘Het meest heb ik moeten wennen aan het feit dat ik geen behandelaar meer ben. Ik ben nu een beoordelaar, met hooguit een adviserende of begeleidende rol. Dit is iets wat je je echt moet realiseren als je in deze sector wilt werken. Echter, als je je medische perspectief wilt verbreden, wilt werken in een prettige cultuur en waarde hecht aan balans tussen werk en privé, dan zit je hier heel goed.’ 

 

Naam 

BIBIANE VAN LANSCHOT: GEKOESTERD ALS WERKNEMER
‘Ik wilde wel ontdekken wat ze daar alle maal uitspoken’

Bibiane van Lanschot wist al vroeg dat ze niet in een ziekenhuis wilde werken. De psychiatrie was het ook niet voor haar. Waar dan wel? Nu werkt ze bij UWV als anios. ‘Ik had nogal wat vooroordelen, maar het werk is inhoudelijk veel interessanter dan ik dacht en ik voel me gekoesterd als werknemer. Ik verbreed mijn medische kennis én ik kan mijn eigen werkklimaat scheppen.’ Tekst: Saskia Ridder | Foto: Jos Broers

‘Ik was twee jaar aio psychiatrie, maar mijn motivatie was tanende. Moest ik zo verder? Het vakgebied is interessant en het werken met mensen geeft voldoening, maar de setting was niet goed. Ik besloot een tijdje ergens anders te werken, om alles op een rij te kunnen zetten. Een collega tipte me om eens bij UWV te gaan kijken. Na een kennismakingsgesprek en een meeloopdag was ik geïntrigeerd. Ik wilde wel ontdekken wat ze daar allemaal uitspoken en ging voor een viermaandencontract.’

RUIMTE VOOR INITIATIEF
‘Inmiddels ben ik anderhalf jaar verder en ik werk hier naar alle tevredenheid. De begeleiding en supervisie zijn heel goed, met onder andere een interne basisopleiding. En ik voel me gekoesterd als werknemer. Dan denk je al snel “logisch als er een tekort aan verzekeringsartsen is”, maar bij de psychiatrie is er ook een tekort en daar heb ik het toch echt anders ervaren. Er is ruimte voor initiatief op allerlei vlakken, je kunt je eigen werkklimaat scheppen. Soms is het even puzzelen, maar UWV doet er veel aan om het werk voor jou interessant te maken. En je kunt je op allerlei gebieden specialiseren, dan wel in een van de wetten, dan wel als adviseur of onderzoeker of bij de afdeling bezwaar en beroep.’

VOOROORDELEN
‘Er zijn veel vooroordelen over werken als verzekeringsarts. Ik had ze ook. Maar je werkt hier als autonoom arts in een interessant spanningsveld, op het snijvlak van individueel belang en maatschappelijk belang. Als arts heb je een brede verantwoordelijkheid, want bevredigende arbeidsparticipatie werkt op zo veel vlakken door: op het gezin, op de werkvloer, op de gezondheid van mensen. Voor een goed onderbouwd en beargumenteerd oordeel over de belastbaarheid van een cliënt heb je al je medische kennis en vaardigheden nodig. Daarnaast hebben veel vooroordelen volgens mij te maken met gebrek aan kennis en inzicht in de (door de politiek ingegeven) weten regelgeving waarvan UWV “slechts” de uitvoerder is. Dat maakt het medisch gezien niet minder interessant. Dus kom eens kijken, loop een dag mee met een verzekeringsarts en ontdek een heel interessant werkveld.’ 

 

Naam

WILLEMIJN BLOK, CO-ASSISTENT

'Het mooie aan werken bij UWV vind ik dat je de mens als geheel beschouwt en er de tijd voor mag nemen'

Willemijn komt uit een artsengezin. Haar vader is uroloog en haar moeder verzekeringsarts. Biologie heeft ze altijd al boeiend gevonden, daar komt volgens haar ook haar interesse vandaan.

'Ondanks dat mijn moeder verzekeringsarts is bij UWV had ik niet een heel goed beeld bij de functie. Dat heb je pas echt als je hier zit. Het mooie aan werken bij UWV vind ik dat je de mens als geheel beschouwt en er de tijd voor mag nemen. Ook het sociale aspect telt mee. Dit is wel even wat anders dan in het ziekenhuis waar je kortere spreekuren hebt.'

'Ik weet het nog niet helemaal zeker, maar gynaecologie lijkt mij wel wat. Of het echt dit vakgebied gaat worden weet ik nog niet. De nachtoproepen kunnen voor in de toekomst wel lastig zijn. Ik ga eerst voor een jaar naar Deventer en daarna zie ik weer verder. Tot die tijd zit ik in ieder geval bij UWV waar ik veel leer waaronder het optimaliseren van mijn verslaglegging bijvoorbeeld. Daarnaast vind ik de combinatie medische en psychische klachten ook heel boeiend.'

ONDERBELICHT

'In onze studie is sociale geneeskunde heel erg onderbelicht. Het is erg gericht op ziekenhuizen. Dat is best gek als je weet dat slechts 30% van alle geneeskunde studenten uiteindelijk in het ziekenhuis terecht komt. Het zou werken als er meer aandacht wordt besteed aan sociale geneeskunde. Onbekend maakt onbemind, dat geldt zeker in deze situatie. Het imago is ook niet terecht. Het is juist veelzijdig. Je krijgt te maken met verschillende ziektebeelden en multiproblematiek. Ik wil elk jaar wel mijn steentje bijdragen hier.'

WERKEN EN LEREN

'De sfeer op de afdeling is wel echt iets wat ik wil benoemen. Deze is heel erg fijn. Collega’s helpen je graag verder. Er is hier tijd voor, tijd die er in het ziekenhuis niet is. Zowel van te voren als na het spreekuur wordt er overlegd met de arts. Samen bespreken we de cliënt. Hier leer je veel van.'

 

 

Wil je als eerste op de hoogte zijn van onze vacatures?

Meld je hier aan.

Maak een Jobalert