District Den Haag en Leiden

Werken in Den Haag en Leiden

Bekijk 2 vacatures

De collega's uit het UWV district Den Haag en Leiden vertellen je graag wat meer over het vak verzekeringsarts en waarom ze voor dit beschermd specialisme hebben gekozen.

Als verzekeringsarts bij UWV stel je vast of een cliënt ziek is of gebreken heeft waardoor hij of zij niet in staat is om te werken. Met jouw medische deskundigheid onderzoek je lichamelijke en psychische belemmeringen. Dit doe je op basis van beschikbare informatie die je beoordeelt of bespreekt met de cliënt tijdens een spreekuur. Dit verwerk je tot een advies of beslissing, met de sociale wetgeving en juridische afspraken als kader. Je verantwoordt je daarmee aan de cliënt en aan de maatschappij. Ruim 200.000 mensen vragen jaarlijks de verzekeringsarts om hun expertise.

Liz Ellen, verzekeringsarts, neemt je mee naar haar kantoor. Bekijk haar vlog.

‘Als verzekeringsarts ben je generalist’

Mia en Tim zijn in opleiding tot verzekeringsarts bij UWV Den Haag en Leiden. Hoewel beiden aanvankelijk een andere weg leken in te slaan, zijn ze nu dik tevreden. ‘Het is eigenlijk verbijsterend hoe weinig er tijdens je studie aandacht wordt geschonken aan sociale geneeskunde.’

Mia: ‘Ik wilde eerst kindergeneeskunde gaan studeren, maar er was geen plek. Ik zag in die tijd veel advertenties voor Anios verzekeringsgeneeskunde voorbij komen en had eigenlijk geen idee wat dat vak precies inhield. Tijdens de opleiding kwam sociale geneeskunde nauwelijks aan bod. Het was een bijzinnetje: O ja, je kunt ook nog verzekeringsarts, bedrijfsarts en consultatiebureau-arts worden… Via een informatiebijeenkomst van een detacheringsbureau kwam ik in 2016 bij UWV terecht voor een project van een jaar. Met een compleet nieuwe groep artsen. Ik had het zo naar mijn zin dat ik ben gebleven.’

Tim: ‘Bij mij stond tijdens geneeskunde pathologie op één. Het leek me een mooi vak omdat je alle ziektebeelden ziet. Ik solliciteerde, maar werd niet aangenomen. Wat wil ik dan? In elk geval niet het ziekenhuis in. Daar was ik na mijn coschappen wel achter. Mijn ervaring is dat je heel veel moet opgeven om daarin verder te groeien. Bovendien krijg je maar weinig waardering. En ik vind balans werk en privé heel belangrijk.’

‘Hiërarchische ziekenhuisstructuur stond me tegen’

Mia: ‘Ook de hiërarchische cultuur in het ziekenhuis stond me tegen.’

Tim: ‘Je ziet nu de aandacht voor de sociale geneeskunde wel toenemen. Bij het VUmc (nu Amsterdam UMC) in Amsterdam was er al iets meer aandacht voor: een coschap van twee weken. Maar veertien dagen aandacht in het curriculum voor zoiets belangrijks als het werk in leven van mensen is verbijsterend weinig. In de geneeskunde gaat het toch bovenal om ziekten.’

Mia: ‘Je loopt twee jaar coschappen waarvan destijds slechts twee weken sociale geneeskunde. Het is verder alleen ziekenhuisspecialismen en het huisartsencoschap. Absurd, vind ik. Bij de opleiding is dat nu wel veranderd en is het coschap sociale geneeskunde zes weken. Een goede stap.’

Tim: ‘Temeer omdat tijdens mijn opleiding werd gezegd dat een groot percentage van alle studenten in de sociale geneeskunde terecht zou komen. Terwijl je volledig wordt opgeleid voor alles behalve de sociale geneeskunde. Ik vind het niet gek dat veel mensen niet weten wat het vak van een verzekeringsarts inhoudt.’

Mia: ‘In je eigen familie en kenniskring, vooral bij de oudere generatie, hoor ik nog wel eens over mijn keuze tot verzekeringsarts: ‘O, maar kon je dan niet in het ziekenhuis werken?’ En: ‘Is dit voor tijdelijk en ga je wat anders doen? De onwetendheid is groot. Dat verandert als je hier meeloopt. Je krijgt een veel beter beeld dan van alle folders en brochures. Je doet in je werk een beroep op wetstechniek, juridische aspecten, maar ook nadrukkelijk op je vaardigheden als arts. Ik leer bij UWV elke dag door veel samen te doen en te overleggen.’

‘Binnen dit vakgebied zie je echt alles’

Tim: ‘Het vakgebied is heel breed, je ziet echt alles. Dat trok me ook zo aan in de pathologie. Maar inmiddels is dat ook verschoven. In ziekenhuizen geldt: specialisatie, specialisatie, specialisatie… Het liefst binnen een specialisatie. Als verzekeringsarts ben je generalist. En, net zo belangrijk: je hebt de tijd voor mensen.’

Mia: ‘Je kijkt als verzekeringsarts niet uitsluitend naar ziekte, maar ook naar de context.’

Tim: ‘In een ziekenhuis wordt daar vaak overheen gestapt. ‘Uw been is genezen, u kunt naar huis… Goedemiddag.’ Dat was het dan.

Mia: ‘Wij zien ook wat ziekte met mensen doet. We houden ons niet uitsluitend en volkomen geïsoleerd met ziekte bezig, wij richten ons veel meer op deelname in de samenleving. En inderdaad, dan is een spreekuur van een uur, terwijl je bij de huisarts niet vaker dan 10 minuten hebt, meer dan noodzakelijk. Jouw beoordeling speelt immers een rol bij het toekennen of afwijzen van een uitkering.’

Tim: ‘Zo’n beoordeling is net een puzzel waarbij je goed naar alle stukken kijkt. De wet, het medische, het sociale aspecten... Die weeg je allemaal tegen elkaar af.’

Graag naar kantoor voor de werksfeer

Mia: ‘Ik vind het erg leuk om in een team te werken. Bijvoorbeeld met arbeidsdeskundigen. Zeker, teams zijn er in een ziekenhuis ook, maar dat zijn uitsluitend behandelaars. Hier heb je met veel verschillende functionarissen te maken, het is heel multidisciplinair. Ik kom bovendien graag naar kantoor voor de prettige werksfeer. Tijdens mijn coschappen heb ik die niet ervaren. ‘O, daar heb je weer een co’, werd er dan verzucht. vaak ervaren. Hier is het: ‘Als je wat wilt weten, kom gerust langs.’

Tim: ‘Wij worden als beginnende artsen in een apart cluster opgeleid. Dat ervaar ik als heel prettig. Je hebt veel aan elkaar.’

Mia: ‘Bij andere kantoren kom je meteen in een team terecht. Dat is toch meteen in het diepe. Hier word je intenser begeleid door een praktijkopleider. Wat je moet hebben als verzekeringsarts? Communicatie is leidend: net zo goed praten als luisteren. Empathie zeker, mensen moeten zich gehoord voelen. Maar je moet ook afstand kunnen houden. Je werkt wel op basis van informatie en van criteria - niet op zomaar een gevoel. Het is niet de bedoeling dat je gaat mee zitten huilen met de cliënt. Je zit daar wel in een beoordelende rol en je poogt de zaak zo objectief mogelijk te analyseren. We zijn geen rechercheurs, maar het verhaal van degene tegenover jou moet wel worden getoetst op consistentie en plausibiliteit. Daarbij wil je ook mensen activeren. Ga naar buiten, houd een dagritme aan. Je zit er niet alleen om te beoordelen, maar ook om te adviseren en iemand te helpen richting re-integratie, vooral in de Ziektewet. Dat is een dankbaar aspect van dit vak.’

Tim: ‘De empathie zit zeker ook in de slechtnieuwsgesprekken die je met een klant voert als bijvoorbeeld diens uitkering stopt. Je doet dat met inlevingsvermogen en gaat er niet bot in.’

Mia: ‘Onze populatie in Den Haag en Leiden Populatie is uiterst divers. Natuurlijk verschilt dat sterk per regio. In Den Haag is het compleet anders dan in, laten we zeggen, Goes. In deze regio hebben we, denk ik, vaker te maken met bijvoorbeeld een taalbarrière en moet je soms gebruik maken van tolken.’

Werk belangrijk in het leven van mensen

Tim: ‘Ja, ziet wel een toename van het aantal cliënten. Door de lange wachtlijsten bij de GGZ blijven mensen langer klachten houden. En Corona speelt momenteel natuurlijk een rol van betekenis. Je komt mensen tegen die al twee jaar ziek zijn en net zijn begonnen met hun behandeling bij de GGZ. Als je lang thuiszit met alleen fysieke klachten, krijg je vanzelf psychische klachten. Dan zie je hoe belangrijk werk in het bestaan van mensen is. Werk biedt ritme en regelmaat. Zingeving en sociale contacten.’

Mia: ‘We zijn nu binnen Den Haag en Leiden aan het verjongen. Dat vind ik erg positief voor de toekomst. Ik zie mijn gedrevenheid ook bij mijn collega’s terug. Je werkt klantgericht én tegelijk in een team. Je kunt best individueel werken, maar je leeft binnen UWV, gelukkig, niet op een eilandje.’

Tim: ‘Voor mij is het belangrijk dat iedereen moet kunnen volgen wat je hebt gedaan. Ik vind dat je in dit werk transparant moet zijn. En het werk zelf moet altijd reproduceerbaar zijn. Voor jezelf én voor de klant. Dat betekent dat je verslagen op orde moeten zijn. Niet alleen in sociaal-medisch opzicht, maar evenzeer waar het om de juridische componenten gaat. Vaak zeggen mensen na afloop: ik vond het een heel fijn gesprek. En ook al zijn ze het er niet mee eens: als ze maar begrijpen wat je doet en hoe je tot een bepaald oordeel bent gekomen.'

Mia: ‘Praktisch is het fijn dat je je eigen spreekuren zelf kunt inplannen en uitwerken. Die flexibiliteit is prettig. In medisch opzicht heb je een rijk beroep. Ik bedoel, als het bij de huisarts een beetje interessant wordt, verwijst die je door richting specialist. Hier ben je met alle aspecten van een mens bezig en je ziet een diversiteit aan medische problematiek.’

Tim: ‘Veel mensen die een dag met ons meelopen zeggen meestal na afloop: het menselijke aspect is hier heel groot. Dat hadden ze niet verwacht.’

‘Ik wil recht doen aan de situatie’

Rokajja is verzekeringsarts, praktijkopleider en adviseur binnen het opleidingsteam SMZ van Den Haag en Leiden. De samenvoeging van alle beginnende verzekeringsartsen maakt de aanpak van het district uniek. ‘We leren voortdurend van elkaar en ontwikkelen door.’

‘Tijdens mijn studie geneeskunde liep ik coschappen bij UWV in Rotterdam. Daar maakte ik kennis met de breedte van het vak verzekeringsgeneeskunde. Bovendien wilde ik mijn anamnestische vaardigheden vergroten en graag meer ervaren waar het om mijn sterke affiniteit met psychiatrie gaat. Die component kom je tijdens je werk zeker tegen. Ik wilde eigenlijk tijdelijk bij UWV werken, maar ik ben - zeer tot mijn zin - blijven hangen.

Met anderen geef ik sturing aan het opleidingsteam waarin we het traject van artsen niet in opleiding tot specialist (Anios) tot arts in opleiding tot specialist (Aios) begeleiden. Als je bij ons begint is er geen sprake van ‘ellebogenwerk’ of gelimiteerd aantal plekken. Je kunt op elk moment van het jaar instappen. Te beginnen met een dag meekijken met een verzekeringsarts.

Het voordeel van een apart team van Anios is dat je niet meteen in het diepe wordt gegooid bij een regulier team binnen de organisatie. Je spreekt elkaar op regelmatige basis, wisselt ervaringen uit en krijgt goede begeleiding. We hebben onze eigen casuïstiekgroep en de nauwe samenwerking met de arbeidsdeskundigen maken deel uit van het cluster. Zo leren we voortdurend van elkaar. Ons managementteam bestaat uit zeven mentoren, allen geregistreerde verzekeringsartsen van wie sommigen geregistreerde praktijkopleiders.

Diverse motivatie en achtergrond

Mensen die bij ons binnenkomen zijn meestal basisarts of artsen die al jaren ervaring hebben binnen een bepaald specialisme. Of al gespecialiseerd zijn. We hebben nu een radiotherapeut die zich bekwaamt in het vak van verzekeringsarts. Maar we zien ook verpleeghuisartsen, Aios chirurgie en huisartsgeneeskunde. Achtergrond en motivatie zijn heel divers.

Zij ontmoeten elkaar hier in het district Den Haag en Leiden en maken samen groei door in het eerste jaar. Dat eerste jaar is ook bedoeld om te onderzoeken of het wel iets voor je is. Het is behoorlijk zelfstandig werk en dat is niet voor iedereen weggelegd. Sommigen missen bijvoorbeeld de behandelmogelijkheid.

In het begin worden er soms wat wenkbrauwen gefronst als mensen zien dat je gemiddeld twee cliënten per dag spreekt. ‘O, dat doe ik in een ochtendje?’ Maar, zeg ik dan, reken je niet rijk. Het gesprek duurt een uur en er gaat gedegen dossierkennis van de betreffende cliënt aan vooraf. En zeker in het begin kun je zo vijf, zes uur bezig zijn met het uitwerken van je verslag. De weerslag bespreek je vervolgens met je mentor waarna het wordt gecontrasigneerd.

De opleiding duurt circa vier jaar. Als je als specialist binnenkomt gemiddeld tweeëneenhalf jaar. Je loopt stages, waarbij je in aanraking komt met de WIA, met de ziektewet en een divisie als Bezwaar en Beroep en leert zo door de bril van de verzekeringsarts te kijken. Ook zijn er stages bij de private sector en je doet onderzoek. In die zin is de opleiding uiterst breed en verdiepend. En wat ik fijn vind: UWV is erg toegankelijk. Je collega is je gelijke. Daar hoef je in een ziekenhuis niet altijd op te rekenen.

‘Dieper op de situatie van mensen in’

Je leert plannen en organiseren en een zekere affiniteit met juridische teksten is wel een vereiste. Maar er zijn genoeg modules om die vaardigheden hier binnenshuis te ontwikkelen. Wij gaan dieper op de situatie van mensen in dan de gewone anamnese voorschrijft. We vragen altijd gericht naar de belastbaarheid van de mens. Wat lukt er niet en waarom? Kan traplopen nog? Fietsen? Soms hoor je: ‘Ik kan nog geen kwartier zitten…’ Maar iemand zit wel een uur tegenover jou. De beleving van de klant speelt een rol.

Bijna de helft van de cliënten die wij op het spreekuur ontvangen kent een psychiatrische aandoening. Als belangrijkste of additionele aandoening. De claim ligt in de psychiatrie: mensen kunnen niet werken als gevolg van depressie, PTSS, Borderline, angststoornissen, schizofrenie… We kennen verzekeringsgeneeskundige protocollen die duidelijke handvatten bieden voor het vaststellen van belemmeringen, behandelmogelijkheden en prognoses.

Ik zeg altijd: dit is niet alleen een vak van praten, maar óók een vak van schrijven. Je zit dikwijls meer achter je laptop dan in de spreekkamer. Ik haal enorm veel plezier uit een afgewogen verslag. Ik vind het mooi om het beeld van de cliënt goed op papier te krijgen. Dat leer je hier, je wordt ook opgeleid in argumentatie. Waarom kan deze cliënt met deze klachten nu niet werken?

Wij voeren vooral EZWB beoordelingen uit, de eerstejaars ziektewetbeoordeling. In het gesprek kijk je wat de mogelijkheden zijn en toetst je de plausibiliteit van de klachten en de daaruit voortvloeiende belemmeringen. Je staat stil bij het laatste werk van de cliënt. Waarom lukt dat niet meer? Om een voorbeeld te geven: iemand plukt tomaten en heeft last van zijn rug. Maar vaak komen daar depressieve klachten bij door het thuiszitten. En er zijn ook nog voetklachten en de klant lijdt aan slaapapneu. Het is meer dan eens een palet aan klachten. Dat maakt dit ook een dynamisch beroep.

Iedereen heeft zijn eigen verhaal

Het imago van de hardvochtige keuringsarts van destijds is nu echt een cliché. Mijn insteek is altijd dat ik recht wil doen aan de situatie. Je brengt alles in beeld en onderzoekt welke mogelijkheden er zijn. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. Wat je veel hoort is de invloed van aandoeningen op het dagelijks leven. Wat levert iemand in die altijd sportief is geweest. Hoe gaat het thuis, met het huishouden, met de kinderen? Lukt het bijhouden van de administratie? Heeft u wellicht schulden?

Het klinkt misschien cru, maar ik ben heel dankbaar voor mijn eigen situatie als ik de verhalen van cliënten hoor. Ik realiseer me heel goed dat iedereen iets kan overkomen. Ja, ook mezelf. Ik heb bewust voor dit vak gekozen omdat ik niet geleefd wil worden. Natuurlijk, je kunt je werk mee naar huis nemen (lees: thuiswerken), dat staat een ieder vrij. Maar het hoeft niet.

Hoe wordt er tegen een verzekeringsarts aangekeken? Er zitten jaloersmakende zaken in ons vak. De tijd kunnen nemen voor je spreekuur, goede begeleiding ontvangen, geen diensten op onaangename tijdstippen, geen werk in het weekend… En je verdient bij UWV bepaald niet slecht. Daarbij is UWV erg toegankelijk en biedt de organisatie kansen.

Het mooie van deze baan is ook de gevarieerde populatie waarmee je werkt. Van laag tot hoog opgeleid, met uiteenlopende achtergronden, van stratenmaker tot arts. Je communiceert op verschillende niveaus, een mooie vaardigheid die je in de praktijk steeds beter leert te ontwikkelen. Je leert mee te veren, maar ook duidelijk grenzen aan te geven als dat nodig is.

Natuurlijk kom je er soms niet uit met de cliënt, maar echt met kwaaie koppen tegenover elkaar? Dat heb ik eigenlijk in de 13 jaar dat ik voor UWV werk zelden meegemaakt. Mensen mogen het uiteraard met je oneens zijn. Dat kan. Er is altijd de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen.

Ik mag alleen zeggen dat iemand niet kan werken als hij is opgenomen in ziekenhuis of instelling, bedlegerig is, niet zelfredzaam of een ernstige psychiatrische aandoening heeft. Dan zie je de cliënt in de meeste gevallen knikken. Veel mensen begrijpen dat. En onze positie daarin. Het is jouw taak gedegen onderzoek te doen en uitleg te geven.’

Lees meer

‘Een verzekeringsarts kijkt verder dan diagnose en behandeling’

Werken bij UWV is meer dan werk. Je zoekt altijd verdieping in je vak. Tegelijkertijd wil je ook bijdragen aan iets dat groter is dan jezelf? Zinvol werk plus inhoudelijke uitdaging. Die twee bij elkaar opgeteld noemen we werk met zinhoud. Dat is precies wat wij je te bieden hebben.

- Joep, arts UWV

Wil je als eerste op de hoogte zijn van onze vacatures?