'Ik wil recht doen aan de situatie'

Rokajja

Districtsmanager arbeid en gezondheid

'Ik wil recht doen aan de situatie'

Rokajja

Districtsmanager arbeid en gezondheid

Rokajja is specialist arbeid en gezondheid, manager en praktijkopleider binnen het opleidingsteam SMZ van Den Haag en Leiden. De samenvoeging van alle beginnende specialisten arbeid en gezondheid maakt de aanpak van het district uniek. ‘We leren voortdurend van elkaar en ontwikkelen door.’

‘Tijdens mijn studie geneeskunde liep ik coschappen bij UWV in Rotterdam. Daar maakte ik kennis met de breedte van het vak verzekeringsgeneeskunde. Bovendien wilde ik mijn anamnestische vaardigheden vergroten en graag meer ervaren waar het om mijn sterke affiniteit met psychiatrie gaat. Deze componenten kom je tijdens je werk zeker tegen. Ik wilde eigenlijk tijdelijk bij UWV werken, maar ik ben - zeer tot mijn zin - blijven hangen.

Met anderen geef ik sturing aan het opleidingsteam waarin we het traject van artsen niet in opleiding tot specialist (Anios) tot arts in opleiding tot specialist (Aios) begeleiden. Als je bij ons begint is er geen sprake van ‘ellebogenwerk’ of gelimiteerd aantal plekken. Je kunt op elk moment van het jaar instappen. Te beginnen met een dag meekijken met een specialist arbeid en gezondheid.

Het voordeel van een apart team van Anios is dat je niet meteen in het diepe wordt gegooid bij een regulier team binnen de organisatie. Je spreekt elkaar op regelmatige basis, wisselt ervaringen uit en krijgt goede begeleiding. We hebben onze eigen casuïstiekgroep en de nauwe samenwerking met de arbeidsdeskundigen maken deel uit van het cluster. Zo leren we voortdurend van elkaar. Ons managementteam bestaat uit zeven mentoren, allen geregistreerde specialisten arbeid en gezondheid van wie sommigen geregistreerde praktijkopleiders.

Diverse motivatie en achtergrond

Mensen die bij ons binnenkomen zijn meestal basisarts of artsen die al jaren ervaring hebben binnen een bepaald specialisme, of al gespecialiseerd zijn. We hebben nu een radiotherapeut die zich bekwaamt in het vak van specialist arbeid en gezondheid, maar we zien ook verpleeghuisartsen, Aios chirurgie en huisartsgeneeskunde. Achtergrond en motivatie zijn dus heel divers.

Zij ontmoeten elkaar hier in het district Den Haag en Leiden en maken samen groei door in het eerste jaar. Dat eerste jaar is ook bedoeld om te onderzoeken of het wel iets voor je is. Het is behoorlijk zelfstandig werk en dat is niet voor iedereen weggelegd. Sommigen missen bijvoorbeeld de behandelmogelijkheid.

In het begin worden er soms wat wenkbrauwen gefronst als mensen zien dat je gemiddeld twee cliënten per dag spreekt. ‘O, dat doe ik in een ochtendje?’ Maar, zeg ik dan, reken je niet rijk. Het gesprek duurt een uur en er gaat gedegen dossierkennis van de betreffende cliënt aan vooraf. En zeker in het begin kun je zo vijf, zes uur bezig zijn met het uitwerken van je verslag. De weerslag bespreek je vervolgens met je mentor waarna het wordt gecontrasigneerd.

De opleiding duurt circa vier jaar. Als je als specialist binnenkomt gemiddeld tweeëneenhalf jaar. Je loopt stages, waarbij je in aanraking komt met de WIA, met de ziektewet en een divisie als Bezwaar en Beroep en leert zo door de bril van de specialist arbeid en gezondheid te kijken. Ook zijn er stages bij de private sector en je doet onderzoek. In die zin is de opleiding uiterst breed en verdiepend. En wat ik fijn vind: UWV is erg toegankelijk. Je collega is je gelijke. Daar hoef je in een ziekenhuis niet altijd op te rekenen.

‘Dieper op de situatie van mensen in’

Je leert plannen en organiseren en een zekere affiniteit met juridische teksten is wel een vereiste. Maar er zijn genoeg modules om die vaardigheden hier binnenshuis te ontwikkelen. Wij gaan dieper op de situatie van mensen in dan de gewone anamnese voorschrijft. We vragen altijd gericht naar de belastbaarheid van de mens. Wat lukt er niet en waarom? Kan traplopen nog? Fietsen? Soms hoor je: ‘Ik kan nog geen kwartier zitten…’ Maar iemand zit wel een uur tegenover jou. De beleving van de klant speelt een rol.

Bijna de helft van de cliënten die wij op het spreekuur ontvangen kent een psychiatrische aandoening. Als belangrijkste of additionele aandoening. De claim ligt in de psychiatrie: mensen kunnen niet werken als gevolg van depressie, PTSS, Borderline, angststoornissen, schizofrenie… We kennen verzekeringsgeneeskundige protocollen die duidelijke handvatten bieden voor het vaststellen van belemmeringen, behandelmogelijkheden en prognoses.

Ik zeg altijd: dit is niet alleen een vak van praten, maar óók een vak van schrijven. Je zit dikwijls meer achter je laptop dan in de spreekkamer. Ik haal enorm veel plezier uit een afgewogen verslag. Ik vind het mooi om het beeld van de cliënt goed op papier te krijgen. Dat leer je hier, je wordt ook opgeleid in argumentatie. Waarom kan deze cliënt met deze klachten nu niet werken?

Wij voeren vooral EZWB beoordelingen uit, de eerstejaars ziektewetbeoordeling. In het gesprek kijk je wat de mogelijkheden zijn en toetst je de plausibiliteit van de klachten en de daaruit voortvloeiende belemmeringen. Je staat stil bij het laatste werk van de cliënt. Waarom lukt dat niet meer? Om een voorbeeld te geven: iemand plukt tomaten en heeft last van zijn rug. Maar vaak komen daar depressieve klachten bij door het thuiszitten. En er zijn ook nog voetklachten en de klant lijdt aan slaapapneu. Het is meer dan eens een palet aan klachten. Dat maakt dit ook een dynamisch beroep.

Iedereen heeft zijn eigen verhaal

Het imago van de hardvochtige keuringsarts van destijds is nu echt een cliché. Mijn insteek is altijd dat ik recht wil doen aan de situatie. Je brengt alles in beeld en onderzoekt welke mogelijkheden er zijn. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. Wat je veel hoort is de invloed van aandoeningen op het dagelijks leven. Wat levert iemand in die altijd sportief is geweest. Hoe gaat het thuis, met het huishouden, met de kinderen? Lukt het bijhouden van de administratie? Heeft u wellicht schulden?

Het klinkt misschien cru, maar ik ben heel dankbaar voor mijn eigen situatie als ik de verhalen van cliënten hoor. Ik realiseer me heel goed dat iedereen iets kan overkomen. Ja, ook mezelf. Ik heb bewust voor dit vak gekozen omdat ik niet geleefd wil worden. Natuurlijk, je kunt je werk mee naar huis nemen (lees: thuiswerken), dat staat een ieder vrij. Maar het hoeft niet.

Hoe wordt er tegen een specialist arbeid en gezondheid aangekeken? Er zitten jaloersmakende zaken in ons vak. De tijd kunnen nemen voor je spreekuur, goede begeleiding ontvangen, geen diensten op onaangename tijdstippen, geen werk in het weekend… En je verdient bij UWV bepaald niet slecht. Daarbij is UWV erg toegankelijk en biedt de organisatie kansen.

Het mooie van deze baan is ook de gevarieerde populatie waarmee je werkt. Van laag tot hoog opgeleid, met uiteenlopende achtergronden, van stratenmaker tot arts. Je communiceert op verschillende niveaus, een mooie vaardigheid die je in de praktijk steeds beter leert te ontwikkelen. Je leert mee te veren, maar ook duidelijk grenzen aan te geven als dat nodig is.

Natuurlijk kom je er soms niet uit met de cliënt, maar echt met kwaaie koppen tegenover elkaar? Dat heb ik eigenlijk in de jaren dat ik voor UWV werk zelden meegemaakt. Mensen mogen het uiteraard met je oneens zijn. Dat kan. Er is altijd de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen.

Ik mag alleen zeggen dat iemand niet kan werken als hij is opgenomen in ziekenhuis of instelling, bedlegerig is, niet zelfredzaam of een ernstige psychiatrische aandoening heeft. Dan zie je de cliënt in de meeste gevallen knikken. Veel mensen begrijpen dat. En onze positie daarin. Het is jouw taak gedegen onderzoek te doen en uitleg te geven.’

Wil je een dag  met een arts meekijken?
Neem contact met ons op