‘Na coschappen blijven bij UWV’

Nadistha en Geddah

VA niet in opleiding

 ‘Na coschappen blijven bij UWV’

Nadistha en Geddah

VA niet in opleiding

Veel coassistenten bewegen automatisch richting de gebaande paden. Maar Nadistha en Geddah ontdekten het medisch specialisme verzekeringsgeneeskunde waarin pathofysiologie, functionele beoordeling, herstelproces en juridische duiding heel boeiend samenkomen. Voor beiden voelde het alsof er een nieuw medisch landschap openzwaaide, waarin klinisch denken dynamisch, analytisch en verrassend mensgericht wordt ingezet.

Geddah kwam tijdens haar studie Geneeskunde op een kruispunt terecht. Ze had verschillende snijdende en niet-snijdende specialismen uitgeprobeerd en merkte dat ze het leren, observeren en redeneren geweldig vond. “Ik vond alle vakken leuk, maar niet zó leuk dat ik mezelf dat ritme mijn hele leven zag volhouden.” Het coschap Sociale Geneeskunde veranderde Geddahs perspectief. “Het medisch redeneren in combinatie met het juridische kader dwingt tot consistentie. Je toetst of klachten, diagnoses en behandeltrajecten kloppen, en je moet telkens onderbouwen hoe je tot een oordeel komt. Die combinatie vond ik verrassend sterk aansluiten bij mijn manier van denken.”

Voor Nadistha was het vooral de klinische realiteit die haar aan het denken zette of ze toen op de juiste plek zat. Ze merkte dat situaties rond leven en dood haar zwaar vielen. “Ik wilde arts blijven, maar op een plek waar ik juist kan bijdragen aan herstel, functioneren en participatie.” Toen ze bewust voor een eindcoschap verzekeringsgeneeskunde koos, viel alles op zijn plek. Haar wetenschappelijke stage bij UWV bevestigde dat het medisch specialisme verzekeringsgeneeskunde volop in ontwikkeling is. “Het is veel innovatiever dan vaak wordt gedacht.”

Functioneel beoordelen

Voor veel artsen is verzekeringsgeneeskunde een relatief onbekend terrein, terwijl het een specialisme is met een stevig medisch fundament. De anamnese is breed, systematisch en sterk functioneel georiënteerd. Nadistha legt uit: “Je kijkt naar de aandoening en de consequenties voor functioneren en belastbaarheid. Hiernaast weeg je ook de prognose en het herstelgedrag van de cliënt mee in de beoordeling.” De beoordeling kent daardoor meerdere lagen: je analyseert somatische en psychische klachten, beoordeelt de samenhang met specialistische informatie, evalueert of het behandeltraject adequaat is en toetst of het klachtenpatroon past binnen het bekende beloop van de aandoening. Het gaat niet om ziekte in isolatie, maar om de wisselwerking tussen klachten, functioneren en context.

Geddah ziet dat zich oriënterende artsen die een dag meelopen met een verzekeringsarts na afloop vaak verbaasd zijn over de diepgang. “Het is klinisch redeneren in pure vorm. Je kijkt naar consistentie, je kijkt naar plausibiliteit, je kijkt naar herstelkansen. Daarna vertaal je dat naar wat iemand medisch gezien nog wel kan. Dat is geen papierwerk, dat is medisch-analytisch puzzelen.” Ze benadrukt dat slechts een klein deel van de cliënten volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. De uitdaging zit juist in het herkennen van restmogelijkheden. “Veel mensen denken: als ik mijn eigen werk niet meer kan, kan ik niks meer. Maar zo werkt het medisch gezien zelden. Wij kijken wat iemand met de resterende belastbaarheid wél kan.”

Klinische impact

De impact van hun werk merken beide artsen regelmatig. Nadistha vertelt over de cliënte met een terminaal ziektebeeld die zij tijdens haar coschap zag. De prognose was helder; de resterende levensduur beperkt. “Ze zei: ‘Werken is voor mij geen prioriteit meer. Ik wil mijn tijd met mijn familie doorbrengen.’ Binnen de wettelijke criteria kon ik voor haar direct een volledige uitkering adviseren. Dat gaf haar rust. En de mogelijkheid om haar laatste maanden op een waardige manier te besteden. Dat vond ik buitengewoon indrukwekkend.” Geddah herinnert zich haar allereerste cliënte, een jonge alleenstaande moeder. Er was sprake van een complexe psychosociale thuissituatie, forse mentale belasting en geen lopende behandeling. “Ze zat echt vast. We hebben haar tijd gegeven, hersteladviezen meegegeven, gestuurd op contact met huisarts en praktijkondersteuner.” Vier maanden later zat er een volledig andere vrouw tegenover haar. “Ze straalde rust uit en zei dat ze weer wilde werken. Dat is het moment waarop je ziet dat tijd, structuur en medische begeleiding samen effect hebben.”

Multidisciplinair werken

Het werk is multidisciplinair. Teamondersteuners verzorgen medische informatieaanvragen en administratieve coördinatie. Medisch secretaresses ondersteunen de arts administratief inhoudelijk, zetten de al bekende informatie klaar in de rapportage en notuleren tijdens het spreekuur. Sociaal medisch verpleegkundigen doet een deel van de anamnese, onderhouden contact met de cliënten en signaleren aandachtspunten waardoor jij je als arts kan focussen op je kerntaak. Arbeidsdeskundigen kijken wat voor werk iemand nog kan doen met de mogelijkheden en beperkingen die de artsen hebben opgesteld. Re-integratiebegeleiders volgen de herstelbeweging van cliënten en schakelen bij waar nodig. Geddah: “Je werkt zelfstandig, maar nooit alleen. Je hebt altijd iemand met wie je kunt spiegelen.” Nadistha vult aan dat externe schakels net zo belangrijk zijn. Overleg met huisartsen, behandelaren en soms medisch specialisten via expertiseonderzoek helpt bij oplossen van complexe casuïstiek. “De medische component is groot. Je blijft voortdurend differentiëren en hypotheses toetsen.” Door de variatie in ziektebeelden is het vak bovendien medisch breed. Van depressieve stoornissen tot COPD, van artrose tot oncologie, van neurologische restverschijnselen tot endocrinologie. En van hart- en vaatziekten tot schildklierproblemen."

Professionele groei

Iedere arts die bij sociaal-medische zaken in Groot Amsterdam start begint in de anios-klas. Dit is een gestructureerde en ondersteunende leeromgeving met intensieve begeleiding door een ervaren verzekeringsarts. De opleiding omvat een rijk curriculum met casuïstiek, reflectie en leerlijnen, waardoor je samen groeit en elkaar versterkt. In het begin loop je mee met de spreekuren van ervaren verzekeringsartsen en al snel voer je zelf spreekuren waarbij je het geleerde in de praktijk toepast. Je krijgt een mentor die de kwaliteit van je rapportages bewaakt en zorgt voor een prettig leer- en ontwikkelklimaat. Ook Nadistha en Geddah hebben dit traject bij UWV Groot-Amsterdam doorlopen, en bereiden zich voor op instroom in de medische vervolgopleiding verzekeringsgeneeskunde. Ze ervaren dat dit specialisme veel ruimte biedt voor professionele verdieping: bij UWV kun je je na het afronden van de medische vervolgopleiding Verzekeringsgeneeskunde verder ontwikkelen binnen de domeinen Opleiding & Onderwijs, Onderzoek & Wetenschap, Beleid & Innovatie, en Management. “Het vak is veel minder eendimensionaal dan vaak wordt gedacht,” zegt Geddah. “Het is bijna modulair omdat je zelf zoveel kunt samenstellen.” Nadistha merkt dat zij veel plezier haalt uit het begeleiden van coassistenten. “Het is mooi om jonge artsen te laten zien hoe breed het vak is. Ze komen vaak blanco binnen en gaan enthousiast weg.” De jonge teamsamenstelling op locatie Amsterdam versterkt dat. De saamhorigheid laat zich onder meer zien tijdens de lunch. Na kantoortijd worden er (sport)activiteiten georganiseerd, en er zijn diverse artsen die regelmatig met elkaar dubbelen op de tennisbaan of een terrasje bezoeken. “Bovendien kun je altijd bij een collega binnenlopen om vragen te stellen als iets onduidelijk is”, vertelt Geddah. “Dat versnelt je leerproces enorm.” 

Wil je een dag  met een arts meekijken?
Neem contact met ons op