“Oordeel moet medisch en menselijk kloppen”
Wie als arts bij UWV werkt, kijkt anders medisch. Zo is een diagnose pas het begin van een medische weging: welke stoornissen zijn objectiveerbaar, welke klachten zijn plausibel, hoe consistent is het verhaal met het functioneren, wat laat het dossier zien en wat betekent dat alles voor belastbaarheid en arbeid? In de Wajong komt daar een zwaar juridisch kader bij. Het gaat niet alleen om de vraag of iemand nú beperkingen heeft, maar ook of arbeidsvermogen duurzaam ontbreekt.
Ilse en Annemiek werken allebei op de afdeling Wajong in Alkmaar. Ze kwamen via heel verschillende routes bij UWV terecht. Ilse begon direct na haar geneeskundestudie, na een coschap sociale geneeskunde bij UWV. Annemiek maakte later een overstap, na twintig jaar werkzaam te zijn geweest als kinderarts. Juist die combinatie van jonge artsen, zij-instromers en ervaren specialisten maakt de afdeling sterk, vinden ze. “Het is goed dat de jongere generatie al tijdens de opleiding nadenkt over sociale geneeskunde,” zegt Annemiek. “In mijn opleiding kwam de hele wetgeving rond arbeidsongeschiktheid nauwelijks aan bod.”
Arbeidsvermogen
Annemiek ziet jongeren met aangeboren aandoeningen, chromosoomafwijkingen, stofwisselingsziekten, spierziekten, ontwikkelingsstoornissen en psychiatrische problematiek. “Waar ik in mijn eerdere baan kinderen volgdetot hun achttiende, zie ik nu wat zo’n ziekte betekent voor de stap naar volwassenheid, werk en meedoen. Het leven gaat toch door met je ziekte.” Bij een Wajong-beoordeling draait het niet om arbeidsongeschiktheid, maar om arbeidsvermogen. Kan iemand, met zijn aandoening en beperkingen, het wettelijk minimumloon verdienen? Is er begeleiding nodig? Zijn er mogelijkheden in beschut werk, met voorzieningen of via de banenafspraak? En als arbeidsvermogen ontbreekt, is dat dan duurzaam? Annemiek: “Soms geef je het advies: probeer eerst nog te verkennen wat er mogelijk is, bijvoorbeeld in een beschutte setting, en kom terug als het niet gaat.” Ilse benoemt dezelfde kern, maar vanuit een andere generatie en opleidingsroute. “Als behandeling nog niet geprobeerd is, moeten we dan al zeggen dat verbetering uitgesloten is? Tegelijk kan een toekenning ook rust geven. Sommige mensen hebben jarenlang geprobeerd te voldoen aan verwachtingen die niet haalbaar waren. Dan kan erkenning veel spanning wegnemen.”
Speuren vanaf de geboorte
Het spreekuur is daarom veel meer dan een gesprek over klachten. De verzekeringsarts reconstrueert functioneren over de tijd. Hoe ging het op school? In stages? Bij een eerste bijbaan? Wat lukte wel, wat niet, en waardoor? Welke rol speelde de aandoening, en waar begint coping, gedrag of context? Annemiek noemt zichzelf en haar collega’s ‘speurneuzen vanaf de geboorte’. Bij veel Wajong-dossiers begint de medische weging immers al bij de vroege ontwikkeling. Er zijn schoolverslagen, behandelbrieven, informatie van ouders en begeleiders, soms gegevens over ADL-afhankelijkheid, mobiliteit of verstandelijk functioneren. “Je kijkt naar ernst, variatie, begeleidingsnoodzaak en ontwikkeling. Het moet medisch passen.”
Het spreekuur als instrument
De meeste cliënten worden gezien op spreekuur. Alleen wanneer het beeld zeer duidelijk is, bijvoorbeeld bij een zeer laag IQ, ernstige ADL-afhankelijkheid of zware mobiliteitsproblemen, kan een beoordeling telefonisch, via beeldbellen of met informatie van ouders en begeleiders plaatsvinden. Ilse vindt het fysieke spreekuur belangrijk. “Als iemand zelfstandig met de auto komt, geeft dat andere informatie dan wanneer iemand met een rolstoelbus wordt gebracht. Maar vooral: face-to-face kun je beter duiden wat iemand vertelt.” “Je moet zoveel vragen en doorvragen over iemands hele leven. Dat is ook een van de leukste kanten van het vak. Je krijgt een inkijk in iemands bestaan.” Bijcliënten met een licht verstandelijke beperking, beperkte communicatievaardigheden of complexe comorbiditeit vraagt het gesprek veel flexibiliteit. “Dat vraagt om creatieve gesprekstechniekenom de juiste informatie op tafel te krijgen.”
Duurzaamheid
Het verschil met behandelen is fundamenteel. De verzekeringsarts beoordeelt welke functionele mogelijkheden er zijn en hoe die zich verhouden tot arbeid en wetgeving. Dat maakt het werk medisch én juridisch. Annemiek: “Bij de Wajong moet je uitspraken doen over duurzaamheid. Wanneer is arbeidsvermogen duurzaam verloren? Bij psychiatrische aandoeningen, zoals depressieve stoornissen of dwangstoornissen, kan dat bijzonder lastig zijn. In theorie is behandeling mogelijk, maar in de praktijk kan blijken dat herstel uitblijft. “Dan moet je zorgvuldig onderbouwen waarom je op een bepaald moment wel of niet tot duurzaamheid komt.”
Multidisciplinair samenwerken
Het werk gebeurt niet solistisch. Bij de intake wordt besproken welke vraag eerst beantwoord moet worden en welke route passend is. Het multidisciplinaire team bestaat uit een verzekeringsarts, arbeidsdeskundige, procesbegeleider en medisch secretarisse. Sociaal-medisch verpleegkundigen spelen een rol in taakdelegatie, bijvoorbeeld bij duidelijke dossiers waarbij vooral aanvullende informatie over ADL, hulpbehoefte en dagelijks functioneren nodig is. Ook met arbeidsdeskundigen zijn er combinatiespreekuren. “Soms laten we iemand één keer komen voor een afspraak en spreekt de cliënt de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige na elkaar,” zegt Annemiek. “Dat is zorg op maat, zeker als de spanningsboog beperkt is.”
Opleiding hoort eveneens bij het werk. Artsen in opleiding tot verzekeringsarts lopen met een ervaren verzekeringsarts mee om de verschillende wetten, beoordelingen en rapportages te leren. Annemiek begeleidt hen graag. “Je leert nieuwe artsen iets, maar zij leren jou ook opnieuw kijken. Hoe beschrijf je iets? Hoe weeg je iets?”
Goede werksfeer én ontwikkelmogelijkheden
Ilse noemt de sfeer in Alkmaar ‘supergoed’. Er is een grote groep jonge artsen, veel samenwerking en ruimte voor ontwikkeling. Ze organiseert samen met een aios onderwijs, nodigt bijvoorbeeld een psycholoog of orthopeed uit, en draagt bij aan activiteiten op de afdeling. “Het is inhoudelijk breed, maar ook gewoon een fijne plek om te werken.” Annemiek herkent dat. “Ik heb me na mijn overstap geen seconde verloren gevoeld. Het was een warm bad.” Ze gaf een periode onderwijs aan de universiteit en is nu regievoerder op de afdeling samen met de manager. “UWV biedt ruimte om je verder te ontwikkelen, in opleiding, onderwijs, kwaliteit en organisatie.” Wat beiden bindt, is dat ze het vak zien als medische analyse in maatschappelijke context. Niet alleen de ziekte telt, maar wat die ziekte betekent voor iemands dagelijks leven, ontwikkeling, begeleiding, mogelijkheden en toekomst. Juist daar ligt de inhoudelijke rijkdom van verzekeringsgeneeskunde: zorgvuldig vaststellen wat nog kan, wat niet kan, en waarom dat oordeel medisch en menselijk klopt.