“Gevoel moet je altijd feitelijk kunnen onderbouwen” 

Myrthe

VA niet in opleiding

“Gevoel moet je altijd feitelijk kunnen onderbouwen” 

Myrthe

VA niet in opleiding

Iemand die vroeger moeiteloos honderd kilo tilde en nu nog twintig kilo kan tillen, ervaart dat als een groot verlies. Toch hoeft dat binnen de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) niet automatisch tot een tilbeperking te leiden. Voor Myrthe zit precies daar de kern van verzekeringsgeneeskunde: je moet de persoonlijke verlieservaring serieus nemen, maar ook beoordelen wat medisch en functioneel binnen de normaalwaarden valt. 
 
Myrthe werkt sinds oktober 2025 als arts bij UWV en houdt zich bezig met WIA-beoordelingen. Zij ziet mensen die na twee jaar ziekte nog niet of onvoldoende kunnen terugkeren in werk. Voor haar is dat geen onbekende wereld. In 2011 werkte zij al een jaar bij UWV als basisarts, voordat zij haar oorspronkelijke droom voor een ander medisch specialisme volgde. Dat deed zij tien jaar. Nu is zij terug, bewuster dan destijds. “Ik heb jarenlang gedacht: is dit het wel, wil ik dit blijven doen? En telkens kwam UWV weer terug in mijn gedachten.” 

Navolgbaar oordeel 

Wat Myrthe zich uit haar eerste UWV-periode goed herinnert, is de VAK-basis: de verplichte interne UWV-opleiding die staat voor Voorbereidend ANIOS Keuzetraject, specifiek bedoeld voor startende artsen bij UWV. Daarin gaat het niet alleen over medische inhoud en wetgeving, maar ook over redeneren, argumentatiestructuren en taal. “Je kreeg les van een neerlandicus. Het ging om leren argumenteren, om je medische overwegingen te kunnen opschrijven en onderbouwen.” Dat vindt zij nog steeds een interessant onderdeel van het vak. Een verzekeringsgeneeskundig oordeel moet niet alleen medisch kloppen, maar ook navolgbaar zijn. Voor de cliënt, voor collega’s, voor de arbeidsdeskundige en binnen het juridische kader. Het Schattingsbesluit geeft richting, de FML maakt de vertaalslag naar functionele mogelijkheden concreet, maar de arts moet uitleggen waarom bepaalde beperkingen wel of niet worden aangenomen. Daarin speelt taal een belangrijke rol. Hoe formuleer je dat iemand duidelijke klachten ervaart, maar volgens de normaalwaarden toch niet beperkt is op een bepaald item? Hoe beschrijf je het verschil tussen persoonlijk verlies en medisch-functionele beperking zonder iemands ervaring te ontkennen? 

 Doorvragen tijdens een spreekuur 

Haar werkervaring in een generalistische medische specialisatie helpt Myrthe bij het wegen van plausibiliteit en consistentie. Soms is het medisch beeld duidelijk: er is een tumor, een schouder beweegt aantoonbaar niet, lichamelijk onderzoek en specialistische informatie bevestigen de beperkingen. Dan is de beoordeling relatief objectief. Bij minder eenduidige klachten vraagt het meer van de gespreksvoering. Doorvragen, opnieuw formuleren, observeren en waar nodig confronteren. Myrthe noemt een cliënt die zei dat zijn moeder hem moest helpen met broek, sokken en schoenen. Na het lichamelijk onderzoek trok hij zelf zijn sokken en schoenen aan. “Dan moet je goed opletten wat je ziet en wat je hoort.” Ook dossierinformatie kan schuren met het verhaal van de cliënt. Myrthe benoemt haar bevindingen neutraal. Niet aanvallend, maar wel duidelijk: ik hoor dit van u, maar in de brief van uw behandelaar staat iets anders. Help mij begrijpen hoe dat zit. “Het is belangrijk om je gevoel altijd feitelijk te kunnen onderbouwen.”  

Continue afweging van belangen 

In sommige dossiers moet Myrthe  kritisch nadenken over welke informatie echt nodig is. Zij sprak bijvoorbeeld een cliënt zonder vaste huisarts, die medische zorg vooral via de huisartsenpost had gekregen. Er waren wel ziekenhuisbrieven, maar geen huisarts die het geheel had gevolgd. Dan moet zij bepalen welke gegevens ontbreken en of aanvullende informatie nodig is. Dat is niet alleen een medische, maar ook een praktische afweging. Informatie opvragen kan weken vertraging geven. “Je moet voortdurend afwegen: heb ik dit nodig? Heeft het invloed op mijn beoordeling? En wat betekent langer wachten voor de cliënt?” Juist daar voelt zij de verantwoordelijkheid van het vak. Immers gaat het over essentiele zaken voor iemand zoals inkomen, toekomst en bestaanszekerheid. Een oordeel kan zwaar zijn, maar ook rust geven. Zeker wanneer iemand lang heeft geprobeerd door te gaan en eindelijk helderheid krijgt over wat nog wel en niet van diegene verwacht wordt. 

Structuur en ontwikkeling 

Myrthe werkt 32 uur per week, verdeeld over vier dagen.Naast spreekuren, bereidt zij dossiers voor, werkt rapportages uit, neemt deel aan multidisciplinaire overleggen en zit regelmatig voor. Vooralsnog doet zij haar dossiervoorbereiding zelf. Niet omdat ondersteuning ontbreekt, maar omdat zij de routine in het systeem en in haar eigen voorbereiding wil opbouwen. “Dan heb ik meteen mijn spreekuur voorbereid.” 

In oktober start Myrthe als zij-instromer met de externe opleiding tot verzekeringsarts in Utrecht.  Op kantoor organiseert Myrthe samen met een collega de structurele vakinhoudelijke overleggen voor artsen, waarin thema’s als FML, endometriose, orthopedie, rugklachten en werk, maar ook politieke en beleidsmatige ontwikkelingen die het vak raken, aan bod komen. 

Werkgeluk gaat verder dan werk alleen 

Wat Myrthe bij UWV waardeert, is dat ze de door haar eerdere werkervaring direct kan inzetten bij UWV.  Binnen de locatiegerichte veranderaanpak wordt haar gevraagd mee te denken. “Hoe nieuw ik hier ook ben, er wordt naar je ideeën geluisterd.” De sfeer in haar team noemt zij gemoedelijk, gelijkwaardig en open. Collega’s lopen makkelijk bij elkaar binnen, nieuwe mensen worden welkom geheten en vragen stellen is vanzelfsprekend. Voor Myrthe is dat essentieel. “Inhoudelijk moet het werk kloppen, maar je goed voelen in een team is minstens zo belangrijk.” 

Wil je een dag met een arts meekijken?
Neem contact met ons op

Neem contact op