“Het multidisciplinair overleg speelt een belangrijke rol”
Marnix en Liz Ellen werken allebei als verzekeringsarts bij UWV. Hij in Leiden, zij in Den Haag. Hun routes verschilden, maar ibij UWV vonden ze beiden een vak waarin medische kennis, sociale zekerheid, menselijk contact en maatschappelijke betekenis verrassend dicht bij elkaar komen.
Voor Marnix begon de weg naar UWV na een periode in het ziekenhuis. Hij werkte kort binnen de heelkunde (onder meer bij chirurgie en orthopedie), en startte daarna met de opleiding tot radiotherapeut. Dat specialisme trok hem omdat het behandelend is. Er is tijd voor uitleg, begeleiding en voorbereiding. Via een kennis die bedrijfsarts en verzekeringsarts was, hoorde hij over UWV. “Het leek me leuk, en dat vind ik nog steeds.”
‘Toevallige’ keuze
Liz Ellen had een heel andere aanloop. Zij was in opleiding tot gynaecoloog, maar militair arts leek haar ook interessant: “Dan heb je lekker actie in de tent.” Een toevallige sollicitatie bij UWV was de eerste in haar leven. Dat gesprek veranderde haar beeld. Er zat iemand die goed uitlegde wat verzekeringsgeneeskunde inhield, welke ruimte artsen bij UWV hebben en wat het vak kan betekenen. Defensie bleek na de medische keuring geen optie. De volgende ochtend belde ze opnieuw: kon ze toch nog met UWV praten? Ze begon op goed geluk, maar wist snel genoeg dat ze wilde blijven.
Regelingen met betekenis
In hun werk komen verschillende regelingen samen. Marnix werkt metde WIA, WAO en Wajong. De WIA is, zoals hij het aan cliënten uitlegt, een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor verlies van salaris door ziekte. Na twee jaar ziekte wordt beoordeeld welke beperkingen iemand heeft en wat dat betekent voor verdienvermogen. De WAO is de oudere regeling van vóór 2005, maar met dezelfde kernvraag: welke beperkingen zijn er door ziekte en wat betekent dat voor arbeid? De Wajong richt zich tegenwoordig op jonggehandicapten die geen arbeidsvermogen hebben en dit ook niet meer kunnen ontwikkelen.
Liz Ellen werkt met Wajong en Participatiewet. Vooral bij Wajong vraagt het werk veel communicatieve vaardigheden. Het gaat vaak om jongeren met ontwikkelingsstoornissen, autisme, verstandelijke beperkingen of ernstige psychische problematiek. Soms kan een beoordeling grotendeels op stukken, bijvoorbeeld met informatie uit speciaal onderwijs. Maar vaak is het gesprek doorslaggevend. “Ik vind het leuk om ter plekke na te denken: hoe stel ik de vraag anders, hoe zorg ik dat iemand zich veilig genoeg voelt om met mij te praten?” Bij de Participatiewet ligt de nadruk minder op uitkering en meer op meedoen aan de maatschappij. “Zoals vrijwilligerswerk. Hoe kun je dat goed inrichten?”
Menselijke maat
Wie bij UWV op spreekuur komt, is vaak gespannen. Marnix begrijpt dat goed. “Het gaat om geld en om de dokter. Daar hangt veel van af.” Juist daarom begint hij gesprekken graag met heldere verwachtingen. Hij legt uit wat het gesprek wel en niet is, welke vragen hij gaat stellen en dat sommige vragen misschien irritant voelen omdat hij wil doorvragen. Dat haalt vaak spanning weg. Liz Ellen herkent dat. Soms helpt het om even over iets anders te praten: een hobby, een game, iets waar iemand zichtbaar van opbloeit.
Die menselijke maat is belangrijk, zeker omdat UWV niet alleen met meetbare aandoeningen te maken heeft. Marnix ziet dat het vak daarin veranderd is. Waar vroeger strenger werd gekeken naar klachten zonder duidelijk anatomisch substraat, is er nu meer aandacht voor ziektebeelden waarbij objectieve afwijkingen niet altijd eenvoudig aantoonbaar zijn. “Dat merk je ook bij post-COVID-syndroom. Het is dan belangrijk om daar anders mee om te gaan.” De vraag is niet alleen wat je anatomisch kunt aantonen, maar ook of klachten plausibel zijn, consistent zijn en passen bij het functioneren dat iemand beschrijft.
Kleine beweging, groot effect
De zinvolle betekenis van het werk zit soms in grote beslissingen, maar vaak ook in kleine interventies. Marnix noemt een cliënt die bij een volgend contact terugkwam op een loopfiets. Tijdens een eerdere beoordeling had hij haar gevraagd of meer bewegen een positief effect zou kunnen hebben. Bij de latere afhandeling bleek dat ze dat advies had opgepakt. “Dat zijn mooie voorbeelden. Kleine dingen kunnen echt effect hebben.” Liz Ellen zag iets vergelijkbaars bij een jonge vrouw die volledig was stilgevallen met langdurige nekklachten na twee auto-ongelukken. Ze zat thuis, miste haar leven, voelde zich somber en had haar puppy bij haar moeder ondergebracht. Liz Ellen sprak met haar af dat ze de hond weer terug zou nemen en dagelijks zou gaan wandelen. Later hoorde ze dat de vrouw vier keer per dag liep, zich beter voelde, minder nekklachten had en weer positiever naar werk keek.
Proportioneel werken
Beiden werken nauw multidisciplinair samen in een team met medische secretarissen, sociaal-medisch verpleegkundigen en arbeidsdeskundigen. De medische secretaresse bereidt dossiers voor, verwerkt informatie en zorgt dat rapportages goed klaarstaan. Liz Ellen spreekt haar spreekuren in die een collega uitwerkt in het juiste format: “Ik praat sneller dan ik kan typen.” De sociaal-medisch verpleegkundige kan klachten, belemmeringen of praktische vragen verdiepend uitvragen, terwijl de verzekeringsarts verantwoordelijk blijft voor de medische beoordeling als totaal.
Het multidisciplinair overleg speelt een belangrijke rol en heeft als doel om de meest passende route voor de client gezamenlijk af te stemmen Het doel is proportioneel werken: niet onnodig zwaar inzetten, maar vanzelfsprekend ook niets laten liggen wat nodig is.
Beter maken in de zin van beter functioneren
Wat Marnix oud-collega’s zou vertellen over werken bij UWV als arts? “Dat het werk menselijk contact biedt, divers is en medisch blijft uitdagen. Ik leer elke dag bij.” Liz Ellen benadrukt de bredere blik. “Je kijkt niet muitsluitend naar één specialisme, maar naar ziekte, functioneren, gedrag, omgeving en maatschappij tegelijk. Je kunt mensen misschien niet curatief helpen, maar je kunt ze wel beter maken in de zin van beter functioneren en terugkeren in de maatschappij.” Juist daarom vinden zij het belangrijk dat jonge artsen begrijpen wat verzekeringsgeneeskunde inhoudt binnen de sociale geneeskunde. Beiden zijn inmiddels ook actief in opleiden. Liz Ellen begeleidt onder meer coassistenten, bedrijfsartsen en artsen in opleiding tot verzekeringsarts, en geeft les binnen de Academie SMZ Arbeid & Gezondheid van UWV. Marnix is recent gestart met de opleiding tot opleider en begeleidt eveneens een arts in opleiding. UWV biedt hen de ruimte om zich in de breedte en diepte te ontwikkelen, aansluitend bij de eigen ambitie: keling binnen UWV: artsen kunnen zich naast hun spreekuren ook verdiepen in onderwijs, kwaliteit, wetenschap of begeleiding. Beiden ervaren een gezonde werkdruk en dat er ruimte is voor wat beiden als de kern zien van wat een goede verzekeringsarts moet kunnen: zorgvuldig beoordelen, helder uitleggen en steeds opnieuw kijken wat iemand nodig heeft om verder te kunnen.