"Bij UWV ontwikkel ik me zowel in de breedte als in de diepte als arts"

Vera

VA niet in opleiding

"Bij UWV ontwikkel ik me zowel in de breedte als in de diepte als arts"

Vera

VA niet in opleiding

Vera kwam uit een klinische wereld van diagnostiek, operaties, poli’s en diensten. Inmiddels weet ze: verzekeringsgeneeskunde is niet minder medisch. Het eindpunt is alleen anders. Waarbij r zorgvuldig beoordelen hoe ziekte doorwerkt in functioneren, belastbaarheid en arbeid centraal staat. 
 
De kern van het werk van een  verzekeringsarts zit in de vraag of er nog benutbare mogelijkheden zijn. Zo schetst Vera een recente casus: een man van eind vijftig, uitgevallen na een cerebrovasculair accident. Zijn beperkingen waren uitgebreid, de neurologische uitval had al ruim twee jaar geleden plaatsgevonden, en bij CVA-patiënten treedt het voornaamste herstel doorgaans binnen het eerste jaar op. Vera beoordeelde de beperkingen als duurzaam, schatte de arbeidsongeschiktheid op tachtig tot honderd procent, en adviseerde een langdurige uitkering. “Die man liep continu tegen zijn eigen grenzen aan. De plausibiliteit was hoog, het herstelperspectief nihil. Dan is het ook goed nieuws als je hem die rust kunt geven.” 
 

Van diagnose naar functioneren 

Als arts in de verzekeringsgeneeskunde redeneert Vera van diagnose, klachten en objectiveerbare stoornissen naar functionele mogelijkheden en beperkingen. Die weging legt ze vast in de functionele-mogelijkhedenlijst: een gestructureerd instrument dat de belastbaarheid beschrijft op fysiek, mentaal en sociaal vlak. Vervolgens maakt de arbeidsdeskundige de vertaalslag naar passend werk of de omvang van de uitkering. “Je hebt de theorie en de richtlijnen, maar dan moet je zelf de stap zetten: hoe vertaal ik dit ziektebeeld naar wat deze specifieke persoon nog kan?” 
 

Met elkaar sparren  

Cliënten komen met oncologische, neurologische, psychiatrische en internistische problematiek, met uitgebreide comorbiditeit en complexe psychosociale context. Dat vraagt om een ander soort medische weging. De anios-groep van collega’s in Heerlen bestaat uit artsen met uiteenlopende klinische achtergronden, wat een collegiale consultatiepraktijk oplevert: een collega met internistische achtergrond vraagt haar hoe ze knie- of heupklachten beoordeelt, zij vraagt een collega om advies bij een onbekend ziektebeeld. “Van hiërarchie is geen sprake. Bij iedereen staat de deur open.” 
 

Structuur en autonomie 

De werkweek bestaat uit spreekuurdagen afgewisseld met dossieranalyse, rapportage en multidisciplinair overleg. . Elke twee à drie weken is er een gezamenlijke onderwijsmiddag, met thema's die aansluiten op de leerbehoefte van de groep: psychopathologie door een ggz-psycholoog, arbeidskundige principes door een arbeidsdeskundige, verzekeringsgeneeskundige casuïstiek vanuit de eigen praktijk. “Ik plan mijn agenda om het onderwijs heen.” De interne vakopleiding loopt parallel aan het werk en toetst systematisch de beoordelingsmethoden, de relevante wetgeving en het klinisch redeneren in een juridisch kader. 
 

Andere verantwoordelijkheid 

Twee maanden na haar start bij UWV wist Vera dat ze wilde blijven. Medische expertise komt hier tot zijn recht in de zorgvuldige dossieranalyse, in de consistentietoetsing tussen klachten en functioneren, en in het gesprek met een cliënt die ruimte nodig heeft om ziek te mogen zijn. “Je kunt iemand vanuit meerdere invalshoekn bekijken. En je hebt een grote impact op diens inkomen en leven. Als arts bij UWV heb je vanuit sociaal-medisch perspectief een betekenisvolle verantwoordelijkheid.” 
 

Wil je een dag met een arts meekijken?
Neem contact met ons op

Neem contact op